IMG_0197.JPG

 

 

sven de fretes

stedenbouwkundige

Vroeger zei ik hierdoor niet altijd alles wat ik dacht

De Molukse roots van Sven de Fretes liggen aan zijn vaders zijde. Oma Nah Tomasilla en opa Eli de Fretes komen uit Moordrecht maar hun oorsprong liggen in kampong Nusaniwe op Ambon. Sven is 26, is woonachtig in Amsterdam, heeft een broer en zus en is opgegroeid in Gouda. Op de vraag wat BANGSA! voor hem betekent moest hij bekennen dat hij voor ons interview eigenlijk de betekenis ervan niet kende. Op mijn uitleg dat BANGSA! staat voor één volk, het gevoel van éen zijn, gaf hij aan dit zeker te herkennen. “Je één voelen met andere Molukkers, elkaar begroeten op straat en soms een praatje maken. Dat is wel iets speciaals wat ik heb met Molukkers. Je deelt iets bijzonders met elkaar, een cultuur, een trots gevoel. Ik ben nog nooit op de Molukken geweest, maar dat gaat in de toekomst zeker een keer gebeuren. Dit zeg ik overigens nu wel heel relaxed maar nu ik er zo over nadenk, kan ik me voorstellen dat ik de reis heel indrukwekkend ga vinden. De Molukken is gewoon een onderdeel van mij. Het is het land waar mijn opa en oma vandaan komen, dat zit diep en ik weet dan ook zeker dat het een emotionele reis gaat worden’’.

Ik ben opgegroeid in twee culturen, mijn moeder is Nederlands en mijn vader is Moluks. Als kind merkte ik grote verschillen tussen beide culturen. De Nederlandse cultuur is open en kent wat lossere omgangsvormen. Binnen de Molukse cultuur is men heel erg beleefd naar hun familieleden en is de omgang ook wat meer gestoeld op rangen en standen. Men hangt veel waarde aan iets als “respect”. Vanuit je opvoeding leer je dan ook respect te tonen voor de ouderen. Vroeger zei ik hierdoor niet altijd alles wat ik dacht. Maar nu vind ik het belangrijk om mijn mening te geven als ik het ergens niet mee eens ben. Waarom zou ik niet iets mogen vinden en dat niet gewoon kunnen vertellen? Ik ben vrij onderzoekend van aard en er zijn soms zaken waarover ik mij afvraag waarom ze gaan zoals ze gaan. Ik wil hierover dan wel, op een respectvolle manier, mijn visie kenbaar kunnen maken. Soms doe ik het ook wel expres omdat ik graag wil laten zien dat omdat je ouder bent niet altijd per definitie gelijk hoeft te hebben. Overigens ervaar ik de familiebanden binnen de Molukse cultuur wel als heel hecht en warm. Als ik vroeger een verjaardag van mijn oom en tante had of van mijn neefje of nichtje, dan vroegen mijn Nederlandse vrienden zich altijd hardop af hoeveel familie ik eigenlijk wel niet had. Trots en glimlachend legde ik dan uit hoe deze familiebanden allemaal werken. Deze hechte banden vind ik heel mooi aan onze cultuur. Het wederzijdse respect, het samenzijn, het eten en het sociale aspect maken de Molukse cultuur zo warm, rijk en fijn. De deur stond en staat altijd open! Dat is iets wat ook ik heb meegenomen in mijn levensstijl. Iedereen kan bij mij langskomen en er is altijd genoeg te eten. Daarom vind ik het zo gaaf dat BANGSA! als initiatief is opgezet. Voor de buitenwereld, maar ook voor onszelf. Want wie zijn we nou eigenlijk? Het zou jammer zijn als wij alleen maar geassocieerd worden met de treinkaping, we zijn echt meer dan dat. We barsten van de talenten en hebben veel in ons mars. De Molukse cultuur is een cultuur van warmte, gezelligheid en erg veel lol; hoewel de “Molukse felheid” natuurlijk altijd wel ergens om een hoekje schuilt. Maar ook dat is typisch Moluks.

 

Mijn carrière is ontstaan door Hamertje-Tik

Mijn vader is een hele creatieve man, is grafisch ontwerper en was altijd bezig. Ik zou hem het best omschrijven als een lieve, zorgzame en rustige man en ik vond het altijd fijn om als kind bij hem te zijn. Mijn moeder is een echte aanpakker, een doener. Zij heeft ons altijd positief gestimuleerd in de dingen die ons interesseerden. Mijn moeder werkt in de PR voor een vastgoedkantoor. 

Ik wilde vroeger timmerman en meubelmaker worden. Een interesse die onder andere is ontstaan door het spelletje Hamertje-Tik wat ik samen met mijn broertje en zus vroeger veel speelden. Maar ook de bouw en kluslust van mijn vader was hiervoor inspiratie. Ik vond het altijd geweldig interessant als mijn vader aan het klussen was. Hij maakte continue van alles: bureaus, bedden, tafels, stoelen. Ik was daar ongelofelijk trots op. Als klein kind hielp ik hem dan ook graag met bouwen. Ook al was dat vaak beperkt tot het aanreiken van de hamer of alleen het vasthouden van de verfpot. Terwijl hij dit uitspreekt verschijnt er een glimlach op het gezicht van Sven. En als we kijken naar mijn huidige baan dan kunnen we zeker vaststellen dat mijn opvoeding hierop van invloed is geweest. Ik werk nu als Assistent Stedenbouwkundig Ontwerper bij de Gemeente Amsterdam dus bouwen doe ik nog steeds maar dan op een iets andere manier.

HBO Bouwkunde ben ik gaan studeren in Amsterdam en daar hadden ze ook een richting stedenbouw. Het maatschappelijke aspect van dit vak trok mij enorm aan. Niet het bouwen om te bouwen maar het bouwen voor mensen. Waarom voelen mensen zich op een bepaalde plek fijner dan op een andere plek. Dat soort vraagstukken vind ik heel erg interessant. 

Ik kijk hierdoor nu ook anders naar steden en zie nu echt de verbondenheid van de mensen met hun stad. Kijk bijvoorbeeld eens naar onze hoofdstad  Amsterdam. Vroeger was hier heel veel handel en was het daardoor een smeltkroes van culturen wat noodzakelijkerwijze een vrije omgang met zich meebracht; er moest immers handel gedreven worden. Iets wat je ook nu nog terugziet in de stad als decor voor haar cultuur en bevolking.

 

GRAUW EN RAUW

Als stedenbouwkundigen maken wij ruimtelijke plannen voor de stad Amsterdam. Momenteel groeit Amsterdam jaarlijks met zo’n 11.000 inwoners en die moeten natuurlijk allemaal een woonplek krijgen. Op dit moment werk ik bijvoorbeeld aan een project in Amsterdam-Noord. Daar worden oude havengebieden getransformeerd naar woon en werkgebied. 

In mijn beroep als stedenbouwkundig ontwerper geef je eigenlijk vorm aan een nieuwe stad met al haar functionaliteiten en voorzieningen. In je plan houd je rekening met vragen als wat voor gebouwen er komen en welke functie ze krijgen. Wordt het een wijk met veel hoogbouw of een wijk met heel veel gezinnen? We kijken ook naar de verhouding huur en koopwoningen, de hoogte van de gebouwen, de breedte van de straten en de benodigde voorzieningen in de nieuwe wijk. Wanneer we dit allemaal compleet hebben dan gaat dit plan naar de architecten en die ontwerpen de uiteindelijke gebouwen. Als stedenbouwkundige werk je hierin samen met verkeerskundigen, juristen, planologen, sociologen etc. Amsterdam Noord is mijn eerste project en ik ben daar enorm trots op. Ik werk nu ook in een team aan de plannen om een weg langs het Noord Hollands Kanaal te overkappen om vervolgens daarboven een park te realiseren. Dat soort projecten vind ik echt heel vet! Het is natuurlijk een heel gaaf idee om over een paar jaar met trots te kunnen zeggen dat ik aan de toekomst van Amsterdam heb meegewerkt.

Als we kijken naar de steden in Europa vind ik Berlijn als stedenbouwkundige heel interessant.  Ik heb er ook vanwege mijn studie Architiktur op de Beuth Hochschule een half jaar gewoond. Berlijn heeft een enorm rijke historie en de stad heeft veel meegemaakt: oorlogen, de scheiding tussen oost en west. Het heeft daardoor iets rauws. Maar dat grauwe en rauwe vind ik juist heel erg mooi. De stad is ruimtelijk gezien lang niet zo sierlijk ingericht als bijvoorbeeld Amsterdam met haar grachten, kleine straatjes, pittoreske en statige panden. Berlijn daarentegen is juist heel ruim opgezet met grote pleinen. Maar juist in die rauwheid en grootsheid ontdek je veel pittoreske gezelligheid”.

 

Heb lef om dingen te doen

Na mijn studie werkte ik in een cafeetje in Amsterdam-Oost en vroeg aan een oud-studiegenootje die bij de Gemeente Amsterdam werkte of zij daar nog op zoek waren naar net afgestudeerden. Ze zei ja en ik heb hierop direct actie ondernomen en gesolliciteerd. Eigenlijk ben ik via-via dus aan mijn huidige baan gekomen. Dat ging heel soepel. Netwerken is gewoon heel belangrijk. Je staat al 1-0 voor als je mensen kent in een organisatie. Ik had eigenlijk helemaal niet zoveel werkervaring maar ik kon wel goed overweg met mensen en ben altijd bereid om te leren. 

Je werkt als Assistent Stedenbouwkundig Ontwerper met verschillende mensen en disciplines samen. Daarnaast spelen er ook allerlei gemeentelijke belangen mee. Naast de nodige creativiteit dien je dus ook veel doorzettingsvermogen te hebben. Je moet goed kunnen samenwerken, compromissen kunnen sluiten en goed tegen kritiek kunnen. Verder dien je communicatief vaardig te zijn en lef te hebben. Je moet gewoon je mannetje kunnen staan en dus niet over je heen laten lopen. Maar goed dat geldt sowieso in het leven.

Ik ben Moluks en daar ben ik trots op. Wat ik mijn generatie genoten die het vak van Stedenbouwkundige ambiëren wil meegeven is dat zij vooral lef moeten tonen door keuzes te maken en je pad te volgen. Er zijn zoveel creatieve Molukkers, maar soms kiezen mensen ervoor om niets te doen met hun talenten en dat vind ik jammer. Ze kunnen vele malen meer dan ze laten zien. Ik zou zeggen: Gewoon doen!

 

De drie puntjes op de i...

Welke Molukker zou je graag ontmoeten en wat zou je hem of haar willen vragen als je slechts 1 vraag mocht stellen?

Dan zou ik heel graag de opa van mijn vader, Elias de Fretes, willen leren kennen. Hij was KNIL soldaat en ik zou zoveel aan hem wil vragen. Wie was hij en wat vond hij ervan dat hij naar Nederland moest en wat voor een impact had dat op zijn leven. Ik zou hem dat soort levensvragen willen stellen. Ondanks dat ik hem niet heb gekend ben ik enorm trots op hem.

Hoe zie jij jezelf als inwoner van Amsterdam? 

Ik woon er nu vijf jaar en ik vind het hier fantastisch. Ik heb een rijk sociaal leven en er is hier ook altijd wat te doen. Er is geen tunnelvisie, iedereen kan hier zichzelf zijn.

Wat wil je graag de volgende generaties meegeven? 

Altijd bescheiden zijn, maar wel altijd je mening geven. Anders sta je stil…